Tot 10 jaar geleden had ik niet gedacht dat ik ooit zou gaan salsadansen. Tot dan toe had ik veel getennist, hardgelopen en geschaakt, maar dat is heel wat anders. Dansen deed ik niet: dat was niets voor mij. Dat kon ik niet.
Precies 10 jaar geleden ging ik toch op les - en toen bleek dat ik al die tijd gelijk had gehad. Ik had vooral moeite met de basispas. En met de maat van de muziek. En met het leiden. Met alles eigenlijk.
Toch waren de eerste jaren het spannendst. Ik ging vaak naar feesten, met andere hopeloze mannen, en dan bespraken we de vrouwen op de dansvloer. Wie er aardig was en wel een nummer met je wilde dansen. En bij wie je beter uit de buurt kon blijven. Ik danste toen vooral de merengue-nummers, omdat ik bij salsa de maat kwijtraakte.
Die eerste ervaringen waren erg nuttig. Ten eerste omdat ik het idee kwam een boek te schrijven over de salsawereld: Salsa zonder Heisa. Het is een van de leukste projecten waar ik aan heb meegewerkt. Een jaar lang heb ik mensen geïnterviewd over hun ideale danspartner: met wie willen ze graag de vloer op – en met wie absoluut niet? Mede op basis van deze gesprekken ontstond een soort gids voor de beginnende danser.
Ik denk dat ik ook van andere manier profiteer van mijn trage start. Sinds september assisteer ik bij de lessen in Voorschoten. En daar zie ik mensen soms worstelen met dezelfde zaken waar ik ook zoveel moeite mee had. Ik begrijp dus waarom het niet altijd direct zo gaat als het zou moeten.
Gelukkig kan ik jullie ook vertellen hoe leuk het is als je het uiteindelijk (gedeeltelijk) onder de knie krijgt. Want salsa wordt steeds verslavender. Ook dat heb ik zelf ervaren.